Het spijsverteringsstelsel

Normaal gesproken komt ons eten via onze mond en slokdarm in onze maag terecht, waar het vervolgens vermengd wordt tot een voedselbrij en door maagzuur en enzymen gedeeltelijk wordt verteerd.

Afbeelding 1: het spijsverteringsstelsel

De voorverteerde voedselbrij uit de maag komt vervolgens in de dunne darm terecht en wordt daar door een andere groep enzymen verder verteerd. Samentrekkende spieren in de darmwand zorgen ervoor dat het resterende voedsel wordt gekneed en gemengd. Door deze bewegingen wordt het voedsel verder afgebroken, waarna de voedingsstoffen via de wand van de dunne darm in het bloed kunnen worden opgenomen en via de bloedbaan naar andere plaatsen in het lichaam kunnen worden vervoerd. De opname van vitaminen en mineralen vindt voornamelijk plaats in het middelste en het laatste deel van de dunne darm: de nuchtere darm (het jejunum) en de kronkeldarm (het ileum).

Daarna komt de voedselbrij in de dikke darm terecht. Daar wordt het grootste deel van het resterende vocht uit de voedselbrij gehaald en weer door het lichaam opgenomen. Uit de onverteerde voedselresten wordt de ontlasting gevormd. Die blijft in de dikke darm aanwezig totdat de ontlasting het lichaam kan verlaten. De ontlasting verlaat het lichaam via de anus.

Als de dunne darm ontstoken is, zoals bij veel mensen met de ziekte van Crohn het geval is, zijn de darmen minder goed in staat het voedsel te verteren en voedingsstoffen op te nemen. Dat is een van de redenen dat mensen met de ziekte van Crohn ondervoed kunnen raken.

Aan een slecht verteerde voedselbrij kan bovendien minder goed water onttrokken worden in de dikke darm, waardoor er diarree kan ontstaan. Bij colitis ulcerosa is de dikke darm ontstoken en daardoor niet goed in staat om water op te nemen. Dit heeft ernstige diarree tot gevolg. Bij colitis ulcerosa is de opname van voedingsstoffen alleen in heel ernstige gevallen verminderd.

Beoordeel deze pagina

Gemiddeld: 5 (1 stem)

Feedback