De algemene symptomen van IBD

Inflammatoire darmziekten (IBD) gaan gepaard met de volgende kenmerkende symptomen:

  • diarree (vaak naar de wc moeten en daarbij dunne of korrelige ontlasting hebben);
  • buikpijn;
  • bloed bij de ontlasting;
  • pus en slijm bij de ontlasting;
  • pijnlijke stoelgang;
  • afvallen;
  • koorts en een verminderde algehele gezondheid.

Enkele van deze symptomen kunnen echter ook optreden bij mensen die een infectie van het maag-darmstelsel (een 'buikgriepje') of het prikkelbaredarmsyndroom (PDS) hebben.

Is het geen buikgriep?

Een belangrijk verschil tussen een gewoon buikgriepje en IBD is de duur van de klachten. Bij buikgriep zullen de symptomen vrijwel altijd binnen één of hooguit twee weken verdwenen zijn. Bij IBD kunnen de symptomen langer aanhouden en zullen zich later nieuwe episoden of opvlammingen voordoen, waarbij de klachten terugkeren.

Heb ik PDS of IBD?

Bij het prikkelbaredarmsyndroom (PDS) beperken de symptomen zich meestal tot buikpijn, diarree en obstipatie. Bloed bij de ontlasting, koorts en afvallen worden maar weinig gezien bij mensen met PDS. Raadpleeg bij twijfel of als uw klachten u zorgen baren, altijd uw arts.

Alarmsymptomen bij IBD

  • Koorts
  • Versnelde hartslag
  • Algehele malaise (u simpelweg niet lekker voelen)
  • Veel bloedverlies

Wat gebeurt er als iemand IBD krijgt?

Bij de meeste mensen met IBD worden perioden met verergering van de symptomen afgewisseld met perioden waarin de ziekte zich rustig houdt en er geen symptomen aanwezig zijn. De periode met verergering wordt aangeduid als de actieve fase of een opvlamming, recidief of 'aanval'. De rustige periode wordt aangeduid als remissie.

Het aantal en het soort opvlammingen en de duur ervan kan van patiënt tot patiënt variëren. IBD kan zich namelijk bij verschillende mensen verschillend uiten.

Op basis van de duur en frequentie van de opvlammingen zijn er verschillende soorten IBD te onderscheiden:

  • remitterend – er is sprake van meer dan één opvlamming per jaar;
  • intermitterend – tussen opeenvolgende opvlammingen zit meer dan een jaar;
  • chronisch – de opvlamming duurt langer dan één jaar;
  • acuut – de opvlamming is heel hevig, met snelle verergering van de ontsteking;
  • reactiverend – de opvlamming ontstaat in een deel van de darm dat al eerder ontstoken is geweest. Reactivering wordt veel gezien als gestopt wordt met het gebruik van
  • geneesmiddelen.

Bij de meeste patiënten is sprake van chronisch intermitterende IBD. Daarbij worden langere opvlammingen afgewisseld met perioden van remissie.

Beoordeel deze pagina

Gemiddeld: 4.5 (4 stemmen)

Feedback